Parochiefederatie Born

Zevenentwintigste zondag door het jaar C – Lucas 17,5-10

Geef ons meer geloof!

Wat zou de aanleiding geweest zijn voor deze vraag van de apostelen aan Jezus?

Als wij dat weten, kunnen wij beter doordringen tot de kern van de zaak die ons allemaal bezighoudt en aangaat: wat is geloof?

Als wij die aanleiding willen kennen, is het raadzaam om even te gaan kijken naar wat er in het evangelie voorafgaat aan de tekst die net gelezen is. Daar moet toch ergens te vinden zijn wat de apostelen ertoe gebracht heeft hun vraag naar voren te brengen: geef ons meer geloof.

Jezus heeft aan zijn volgelingen twee aanbevelingen gegeven. Hij zegt: wee de mens die ergernis geeft. Hij zegt voorts: vergeef tot zevenmaal toe per dag hem die heeft gezondigd en spijt betoont.

Daarmee moet geloof dus alles te maken hebben met een levenswijze die geen ergernis geeft aan kleine mensen en die gekenmerkt wordt door overvloedige vergevingsgezindheid. Geen ergernis geven, maar vergiffenis schenken.

Wij kennen het spelletje ‘Mens erger je niet’. Maar hier is het niet om een spel te doen, maar om een levensernstige zaak. Mens, erger je niet aan de ander, maar vergeef hem zevenmaal per dag. En tegelijk: zorg ervoor dat de ander zich niet aan jou te ergeren heeft.

Stel je voor dat wij dit programma één enkele dag zouden uitvoeren: alles van de ander verdragen en ervoor zorgen dat niemand iets van ons te verduren krijgt. Het lijkt misschien simpel, maar het is een aartsmoeilijke opgave.

Ook de apostelen wisten dat dit hun krachten te boven ging. En daarom vroegen zij: geef ons meer geloof.

Dat is geen abstracte vraag van: leer ons meer geloofswaarheden kennen. Geloven is niet in de eerste plaats een kwestie van weten, maar van zijn en doen.

Modern vertaald had de vraag kunnen klinken: leer ons de zin van het leven kennen. Maar Jezus’ antwoord is geenszins een filosofie voor het verstand, als wel een pedagogie voor het hart.

Niet: zalig hij die de zin van het leven kent. Maar wel: zalig hij die zinvol leeft, die tegenover de zinloosheid van de ergernis en de onzin van wraak en wrok als levenswaarden nastreeft fijngevoeligheid, verdraagzaamheid. Geen ergernis geven maar vergiffenis schenken.

Geef ons meer geloof. Leer ons de broosheid van mensenharten kennen: dat wij ze niet kwetsen of breken. Leer ons de hardheid van mensenharten, de hardheid van ons eigen hart inzien om het te kneden tot milde minzaamheid en geduldige verdraagzaamheid. Barmhartigheid, zo noemt het evangelie deze levenskwaliteit.

‘Wil je dat leren, zegt Jezus, leer dan de les van het mosterdzaadje, de les van de moerbeiboom, de levensles van de plichtsgetrouwe dienaar.

Leer van het mosterdzaadje, dat minuscule zaadje dat uitgroeit tot een reuzenboom.

Van het mosterdzaadje moet je leren dat je tot heel veel in staat bent wegens de enorme groeikracht die in je aanwezig is.

Van het mosterdzaadje moet je leren dat het kleinste en meest onaanzienlijke een onstuitbare dynamiek kan hebben; en dat je dus volop aandacht moet hebben voor heel gewone situaties en gebeurtenissen. Dáár gebeurt het. Een simpele ontmoeting van vriendschap en verzoening brengt vaak meer teweeg voor de vrede dan een massamanifestatie van geweld tegen geweld.

Leren van het mosterdzaadje is leren geloven in jezelf, in je mogelijkheden: dat je in staat bent om iets te betekenen, om je leven zó uit te bouwen dat je iets te betekenen hebt voor de ander; schaduw en rust voor zovele mensenvogeltjes die hun nest in je takken komen bouwen.

Leer van het mosterdzaadje, zegt Jezus. Leer ook van de moerbei-boom.

De moerbeiboom is allicht de taaiste onder de bomen en kan het meer dan vijfhonderd jaar lang uithouden in de dorste woestijngrond, omdat hij zulke diepe en wijdvertakte wortels heeft.

Het geloof is dan als de onbegrensde orkaankracht van de natuur die deze niet los te rukken boom spelenderwijs ontwortelt en in zee gooit.

Jij, mens, jij bent als de moerbeiboom: geworteld en vastgegroeid in de dorre grond van je gewoonten, je bezit, je hebbelijkheden, je drang om alsmaar beter en sterker te zijn dan de ander. En je denkt wellicht: wat kan het mij schelen dat ik hem erger, dat hij zich ergert aan mij; wat kan het mij schelen dat het hem spijt.

Geloven is: je laten ontwortelen en in zee gooien. De zee is God, de zee is liefde. De zee is een bad van bevrijding in plaats van starre zelfverzekerdheid; van dienstvaardigheid in plaats van uitbuiting; van vergeving in plaats van verdenking en vergelding.

Leren van de moerbeiboom is: leren geloven dat het anders kan met de wereld, dat het anders kan met jezelf, namelijk dat je anders kunt worden, dat er voldoende krachten zijn buiten je om die je kunnen losweken uit je vastgeroestheid. Het is geloven in de kracht van de ander die zich voor je inzet en die nooit ophoudt aan je te rukken en te sleuren in naam van de vriendschap en de broederlijkheid.

Leer van het mosterdzaadje, leer van de moerbeiboom. Leer van de knecht, zegt Jezus.

Leer van de dienaars die na gedane dagtaak met vreugde en fiere eenvoud kunnen zeggen: wij hebben – enkel maar – onze plicht gedaan.

Daar heb je het weer, dat versleten, verguisde woordje plicht, waar wij zo allergisch voor zijn. Over ‘rechten’ hoort het toch te gaan in onze moderne tijd? Inderdaad, dat is goed en nodig. Maar toch: wanneer hebben de mensen van de mensenrechten het eens over de plichten van de mensen?

Ken je de litanie van rechten en plichten?

Rechten van de man, plichten van de vader. Rechten van de vrouw, plichten van de moeder. Rechten van de werknemer, plichten van de vakman. Rechten van de werkgever, plichten van de baas. Rechten van de leerkracht, plichten van de meester. Rechten van de leerling, plichten van de student. Rechten van de verdediging, plichten van de tegenpartij. Rechten van de mens, plichten van de mens. Rechten van het schepsel, plichten van de kinderen Gods.

De plichten van de kinderen Gods, het zijn de regels van het levensernstige spel ‘Mens erger je niet’: erger je niet aan de ander, geef geen ergernis aan de ander; vergeving in plaats van ergernis.

Erger je niet aan de gebreken van Gods schepping, die uiteraard de fout zijn van de Schepper en van de andere. Maar erger je met hart en ziel aan het feit dat Gods schepping niet af is, nog niet af is. Van in den beginne rekent Hij op je medewerking om ze verder af te bouwen.

Plichten van de kinderen Gods. Het gaat niet in de eerste plaats over wat je van buitenuit wordt opgelegd en wat dus op de een of andere wijze je rechten beperkt. Het gaat over wat je aan jezelf en aan elkander ‘verplicht’ bent, omdat je in jezelf gelooft zoals het mosterdzaadje, omdat je in de ander gelooft zoals de moerbeiboom. En dat houdt in dat je het recht van je medemens eerbiedigt en ervoor opkomt, zoals het inhoudt dat je opkomt voor je eigen recht, maar in die volgorde en niet andersom.

En daarom hebben de apostelen, hebben wij meer geloof nodig. Daarom vragen wij op onze beurt aan Onze-Lieve-Heer: geef ons meer geloof.

Leer ons de zoetheid smaken van de plichtsvervulling en niet verlekkerd zijn op de bedrieglijke flauwe smaak van alles daaromheen en daarvan weg.

Dat wij doen wat onze taak is, graag doen wat van ons verwacht wordt om telkens weer fier en blij aan de Schepper en aan de ander te kunnen zeggen: wij hebben enkel maar onze plicht gedaan, gráág gedaan.

‘Graag gedaan,’ zeggen de mensen tegen elkaar. Vaak is het niet meer dan een beleefdheidsformule van beschaafde lui onderling. Moge het een welgemeende en eerlijke invulling zijn van ons geloof in de dynamiek van de dienstbaarheid en de barmhartigheid, de fijngevoeligheid en de verdraagzaamheid.

======================================================================================================

De heilige Franciscus van Assisi

Zijn vader is een rijke koopman. Natuurlijk hoopt hij, dat zijn zoon later de zaak overneemt. Daarom is het goed, dat Franciscus veel rijke vrienden heeft, die later bij hem komen kopen. De vader geeft aan Frans veel geld om feest te vieren. Zo krijg je natuurlijk vrienden. Er is het ene feest na het andere.

Wanneer de stad Assisi ruzie heeft met een . andere stad, gaat Franciscus ook mee vechten. Maar daar heeft hij pech mee. Want al gauw brengen ze hem gewond naar huis. Hij zal geen ridder worden, tenminste niet zoals zijn vader het denkt.

Op een dag zit Franciscus in een oude kapel. Wat ziet ze er uit. Er zijn gaten in het dak, stenen zitten los, de vloer is gescheurd. In die kapel hangt een oud kruis. Wat gebeurt er nu? Je zult het bijna niet geloven. En toch is het waar. Het kruis begint opeens te praten. Tegen Franciscus. “Franciscus, zie je niet hoe mijn huis tot een ruïne vervalt? Ga het voor Mij herstellen.”

Franciscus herstelt het kerkje, dat je nu nog kunt zien. Maar hij doet meer. Hij geeft steeds meer weg aan de arme mensen. Er zijn geen feesten meer. Alles is voor de armen. Dan gebeurt er nog iets heel belangrijks. Op een dag komt Franciscus een melaatse tegen. De jonge man rilt van afschuw. Maar dan geeft hij aan deze zieke een kus. Dat is heel gevaarlijk, want dan kun je zelf ook melaats worden. Franciscus kent zich zelf niet meer terug. Toen hij nog een feestvierder was, zou hij nooit naar een melaatse hebben omgekeken. En nu doet hij zo.

Intussen is de vader van Franciscus heel boos. Wat zullen we nou krijgen! Gaat me dat jong alles weggeven! En kijk eens hoe hij er zelf bij loopt! Is dat de jongen die straks de rijke winkel moet overnemen? Al het geld verknoeit hij aan kerken en aan arme mensen! Zo kun je geen zakenman worden!

 

Wat de vader ook probeert, Franciscus blijft voor de armen zorgen. Dan wordt de vader zo kwaad, dat hij al het geld van Franciscus terugeist. Midden voor de kerk van de bisschop geeft Frans niet alleen zijn geld, maar ook nog zijn kleren terug aan de vader. Nu heeft hij geen vader meer. Zijn enige vader is nu God.

In de buurt ligt nog een oud kerkje. Daar gaat Franciscus helemaal alleen wonen. Hij wordt een kluizenaar. Hij leeft heel streng. Hij vast veel en bidt. Hij doet dat om zijn eigen zonden goed te maken. Maar hij doet het ook voor de zonden van andere mensen. Wanneer hij een keer de heilige Mis dient, hoort hij het evangelie, waarin Jezus de apostelen uitstuurt om te gaan preken. Franciscus begrijpt, dat hij dat ook moet gaan doen. Dus verlaat hij zijn kerkje en gaat overal over God en Jezus vertellen. De mensen begrijpen er niets van. Is dat niet die rijke jongen van die deftige winkel? Moet je eens kijken! Het lijkt wel een bedelaar! En wat praat hij toch over God? Toch zijn er ook mensen die gaan nadenken. Zo komen de eerste broeders bij Franciscus. Ze willen net zo gaan leven als hij. Wanneer de broeders van Franciscus ook in Rome komen, geeft de paus hen verlof, om bij elkaar te blijven. Zo zijn de franciscanen ontstaan. Overal hebben ze gepreekt en goed voor de arme mensen gezorgd. Franciscus wordt hun eerste overste.

Jezus laat op een dag zien, dat Hij veel van Franciscus houdt. In de handen en voeten van Franciscus komen dezelfde wonden die Jezus ook had. Nu lijkt Frans nog meer op Jezus. En Frans laat ook zien, hoeveel hij van Jezus houdt. Hij maakt ook een heel mooi lied, waarin hij God bedankt voor al het mooie van de natuur. Dat noemen we het Zonnelied.

Wanneer Franciscus 44 jaar oud is, sterft hij. Al twee jaar later wordt hij heilig verklaard.

We vieren het feest van Franciscus op 4 oktober.

Heilige Franciscus, u hebt een kerkje voor God opgeknapt. Maar u hebt de Kerk van God, die dreigde te vervallen, nog veel meer opgeknapt door uw preken en goede werken. Help ons, dat wij in onze tijd ook leven zoals u. Dan zal de Kerk weer net zo mooi worden als u haar toen gemaakt hebt. Amen.

======================================================================================================

 

Mooie woorden hebben geen waarde zonder goede daden.

================================================

BEN IK DANKBAAR…………

Ben ik dankbaar

voor mensen naar wie ik graag opkijk,

omdat ze zomaar kunnen liefhebben

en me echt steunen

om de mens te worden die ik nog niet ben?

Ben ik dankbaar

voor mensen die attentievol zijn,

uitzonderlijk goed

en me laten vergeten wat me tegenstaat

en pijn doet?

Ben ik dankbaar

voor mensen die me leren

rustig heen te stappen over zoveel dingen die me hinderen

en die me leren heel veel te relativeren

om zo uur na uur voluit te leven?

Ben ik dankbaar

dat ik voor mensen veel mag doen,

veel mag zijn,

en in moeilijke uren voor hen zelfs een houvast kan zijn?

Ben ik dankbaar voor de talenten die ik ontving,

die me weerbaarheid geven

in een wereld waar teveel mensen keihard zijn

en alleen opkomen voor zichzelf?

Ben ik dankbaar voor het wonder van het leven:

dat ik erin slaag,

ondanks mislukkingen en heel wat tegenslagen,

toch een gelukkig mens te zijn?

==============================================

 

===========================================
Soms ontmoet je een mens
bij wie je mag zijn
zoals je bent, onzeker en klein
iemand bij wie je veiligheid vindt
en weet dat je ondanks je fouten
echt wordt bemind
Soms vind je een mens
met een warmvoelend hart
daar voel jij je geborgen
in leed en in smart
Aanvoelende zal dit
speciaal mens weten
zonder vragen
word je geholpen
jouw zorgen te dragen
===============================

EEN FOTO VAN JEZUS

Ik heb nog nooit een foto van Jezus gezien; ik weet ook niet hoe hij liep, wel met wie.

Ik weet niet hoe zijn stem klonk, wel de woorden die Hij gebruikte.

Ik weet niet welke kleur ogen Hij had, maar wel hoe Hij keek.

Ik weet niet of hij een sterk hart had, wel dat hij een groot hart had.

Ik weet niet alles van zijn karakter, maar wel dat kinderen Hem graag mochten en armen zich bij Hem thuis voelden.

Dat hij mild was voor eerlijke mensen en streng voor ogendienaars.

Dat hij niet te snel oordeelde maar eerder verontschuldigde.

Dat hij niet haatdragend was, maar ongelooflijk vergevingsgezind.

Ik weet eigenlijk veel meer van Jezus dan ik aanvankelijk dacht.


========================================================================================

 

  • ERGER JE JE AAN EEN ANDER………..

KIJK DAN EENS NAAR JEZELF.

De balk en de splinter.

‘t is net een leuk verhaal,

maar dit verhaal is ernstig en geldt voor ons allemaal.

Wanneer wij een ander bemeten en de fouten zo duidelijk zien,

zien wij dan in plaats van de splinter de balk in ons eigen oog misschien?

==========================================================
Je bent goed zoals je bent
Vergeef de mensen die niet van je konden houden,
Het was de bedoeling dat jij zelf leerde hoe dat moet.
Laat alle bitterheid en hun onvermogen achter je,
De toekomst ligt voor je, zoals je bent, ben je goed.
Ieder mens beschikt zo over zijn eigen mooie talenten ,
Iedere bloem en plant heeft zijn eigen kleur.
We zijn allemaal met een reden hier op deze aarde,
Zolang je hart bloeit van liefde verspreid je altijd de juiste geur!
================================================
SEIZOENEN VOL LIEFDE
Een leven van seizoenen
Waarin U immer bent
Seizoenen vol van Liefde
Voor wie de Vader kent
De lente van het leven
Ontdekking van de pracht
Van leven in Uw liefde
Van leven in Uw kracht
De zomer in het witte Licht
Kleurt alle kleuren diep
In dit mooie jaargetij
Die U vol Liefde schiep
De herfst met zijn stormen
Waar U mij doorheen leidt
Geen storm zal overwinnen
’t Is Uw Liefde die bevrijdt
De winter kleurt in sierlijk wit
Elk seizoen met U geleefd
Wijsheid van het grijze haar
In de Liefde die U geeft
==============================
IK WIL MET OPEN OGEN DROMEN………..
Gelukkig kan ik zijn met soms enkel een kleine hand op m’n gezicht.
Gelukkig kan ik zijn met in de kleine ogen ‘ik hou van jou’, op mij gericht.
Dan is zo’n dag om eeuwig vast te houden.
Gelukkig kan ik zijn met één woord van begrip net als ik denk ik weet niet hoe het moet
dan is dat ene woord een troost dan is alles ineens weer goed.
Geluk is bij mij blij zijn met elke nieuwe dag ik leef,
heb lief en denk elke dag is meegenomen men zegt,

het leven is zo kort ik wil met open ogen dromen.

=========================================================================
Kijk niet voor je,
kijk niet achter je,
maar kijk vooral naar binnen.
Dát is waar je kracht ligt,

dát is waar alles moet beginnen.

==================================
Het kruis
Een legende uit de middeleeuwen vertelt, hoe God eens medelijden had met iemand, die zich over zijn kruis beklaagde.
Hij bracht hem naar een ruimte waar alle mogelijke kruisen uitgestald waren en zei: ‘Kies maar!’
Hij ging op zoek.
Daar zag hij een heel dun, maar het was lang en groot.
Hij zag een heel klein, maar toen hij het wilde optillen, bleek het zwaar als lood.
Toen zag hij er een dat hem beviel en hij legde het op zijn schouder.
Maar hij merkte dat dat kruis, net op de plaats waar het op zijn schouder lag, een scherpe punt had, die in zijn schouder drong.
Zo had elk kruis wat onaangenaams.
Toen hij alle kruisen bekeken had, had hij nog steeds geen passend kruis gevonden.
Toen ontdekte hij er nog één, dat verdekt was opgesteld en dat hij over het hoofd had gezien.
Het was niet zo zwaar, niet zo licht, gemakkelijk te hanteren… als voor hem geschapen.
Dat kruis wilde hij in het vervolg dragen.
Maar toen hij het van nabij bekeek, merkte hij, dat het het kruis was, dat hij tot nu toe had gedragen.
================================================================================================
Mens.
Mens, speciaal jij, wat ben jij een wonder.
Zo oud al, zo vaak door het leven geslagen.
Vele klappen verwondden je ziel.
Je rimpels en je grijze haar sieren je lieve gezicht.
Je wordt elke dag steeds mooier,
jij bent uniek.
Het leven kreeg jou niet klein.
God is erbij.
============================================
Heer onze God,
al onze noden zijn U reeds bekend
nog voor wijzelf ze kennen,
en alle zijn ze in uw Vaderhart geborgen.
Toch blijven wij onrustig
en dreigen wij te stikken
in een net van zelfgemaakte zorgen.
Leer ons te zien, Heer,
hoe weinig ze ter zake zijn
en wend onze ogen naar waar Gij mee begaan zijt.
Waar wij uw zorgen delen,
bevrijd ons van zelfgemaakte zorgen,
en elke last wordt licht.
God, Gijzelf draagt het in ons.
Amen.
======================================
God droogt je tranen
Een stille traan verlaat mijn wang.
Een diepe zucht vergaat in stilte.
De warmte waar ik naar verlang.
Blijft achter in eenzame kilte.
Maar dan…….
Veegt God de tranen van mijn wangen.
Beantwoordt Hij mijn stil verlangen.
Stroomt warmte door geheel mijn wezen.
Hoef ik geen eenzaamheid te vrezen.
En dus…….
Kan ik mijn leven verder gaan.
Met God in ‘t midden van ‘t bestaan.
Mijn tranen heeft Hij doen vervagen
En als ik val, zal Hij mij dragen.
=================================
Vader, dank U voor deze nieuwe dag.
Leg in mij uw vrede en de kracht
om te leven wat ik te leven krijg.
Geef me alles vandaag
te bekijken met ogen van liefde.
Dat ik verder ga
dan de schone schijn,
tot in de echte diepte.
Sluit mijn oren voor kwaadsprekerij.
Behoed mijn tong voor alles
wat kan kwetsen,
ontmoedigen, boos maken.
Mogen in mijn hart
gedachten wonen,
die zegenen en gelukkig maken.
Geef me de hele dag
te genieten van uw nabijheid
die me vriendelijk stemt en
een glimlach tovert op mijn gelaat.
Amen.
=====================================
GELOOF, HOOP EN LIEFDE.
Geloof, hoop en liefde,
geloof als zodanig kom je nooit tegen;
geloof ontmoet je alleen in gelovige mensen.
Ook hoop, vertrouwen is nergens los verkrijgbaar;
het bestaat alleen in mensen, die vertrouwen hebben.
En liefde bestaat alleen in liefhebbende mensen.
Geloof, hoop en liefde,
strikt genomen zijn het werkwoorden,
die mensen als werkers veronderstellen.
Daardoor ontwerpen de mensen zichzelf,
geven zich een bepaalde bestaansvorm,
bepalen hun leven.
Geloof, hoop en liefde
moet je ontmoeten in levende lijve.
Je moet ervaren, hoe geweldig deze waarden zijn,
hoe ze menselijk wel-zijn bevorderen.
Zo krijgt iemand er de smaak van te pakken,
om op zijn beurt weer geloof, hoop en liefde te worden,
in levende lijve.